CSI: bloed aantonen door energie

 

Thema Energiegebruik & -verbruik
Leerniveau Klas 3 en 4  HAVO / VWO
Vak NaSk
Omvang 50 minuten
kerndoelen Mens en Natuur: 29, 31

 

 

Introductie

 

Op televisie zijn veel programma’s te zien waarbij moorden opgelost moeten worden. Forensisch onderzoek is dan vaak nodig om het spoor van de dader(s) te vinden. Hierbij kan gedacht worden aan vingerafdrukken, voetafdrukken, haren en ook bloed. Bloed wordt aangetoond met een stof die luminol heet. Wanneer luminol in aanraking komt met bloed ontstaat er een blauw licht. Luminol reageert met waterstofperoxide waarbij het licht ontstaat. Deze reactie vindt alleen plaats als er een katalysator aanwezig is. In bloed zit ijzer en dit ijzer zorgt ervoor dat het licht ontstaat. Dit proces waarbij licht ontstaat heet chemoluminescentie.

 

Practicum

 

Bij deze opdracht maken de leerlingen kennis met chemoluminescentie. De opdracht start met een voor de leerlingen herkenbaar product: een breeklichtje. Daarna gaan de leerlingen werken met de stof luminol. In bloed zitten Fe3+-ionen. Deze Fe3+-ionen zorgen ervoor dat er licht kan ontstaan bij een reactie tussen luminol en waterstofperoxide. De leerlingen werken met een Fe3+-oplossing in plaats van met echt bloed. Er wordt onderzocht of bloed van mensen met een ijzertekort ook nog goed met luminol kan worden aangetoond.

 

Verwerking

 

De leerlingen werken met een werkblad met een aantal vragen en praktische opdrachten. Aan de hand van een onderzoek vinden de leerlingen antwoord op de vraag: kan het bloed van iemand met een ijzertekort ook zo gemakkelijk worden aangetoond met luminol?